Ziekenhuisopname en mobiliteitsverlies

Vaker korte ziekenhuisopname, kans op mobiliteitsverlies onveranderd

Geplaatst op 27 juli 2018

Vaker korte ziekenhuisopname, kans op mobiliteitsverlies voor ouderen onveranderd

Ouderen die eind jaren 2000 kort in het ziekenhuis lagen, hadden dezelfde kans om blijvend achteruit te gaan in hun mobiliteit als ouderen die aan het eind van de jaren ’90 kort in het ziekenhuis opgenomen werden. Dit resultaat uit LASA-onderzoek gaat in tegen de verwachting dat ouderen in Nederland vaker mobiliteitsverlies ervaren als gevolg van steeds korter wordende ziekenhuisopnamen. Twintig jaar geleden was de gemiddelde opnameduur van ouderen namelijk acht dagen, terwijl dat een decennium later slechts vier dagen was.

Oudere mensen die in een ziekenhuis opgenomen worden, lopen door ziekte en behandeling risico op blijvend mobiliteitsverlies. Denk daarbij aan moeite krijgen met de trap op- en aflopen of niet meer kunnen wandelen. De afgelopen decennia vonden in Nederland veel veranderingen plaats binnen de ziekenhuiszorgsector. Een ontwikkeling is dat ziekenhuisopnames vaker kortdurend zijn. Was de gemiddelde ziekenhuisopnameduur voor mensen van 78 tot 88 jaar eind jaren ‘90 nog acht dagen, eind jaren 2000 was die duur gehalveerd tot vier dagen. Een gevolg is dat ouderen veelal thuis nog moeten herstellen.
Neemt bij die steeds korter wordende ziekenhuisopnames het risico op blijvend mobiliteitsverlies toe? Om deze vraag te beantwoorden werd het mobiliteitsverlies over drie jaar bepaald van 78- tot 88-jarigen uit LASA-onderzoek, die een of meer ziekenhuisopnames hadden doorgemaakt. Dit werd gedaan voor twee periodes van drie jaar: eind jaren ‘90 en eind jaren 2000. De ziekenhuisgegevens komen uit de Landelijke Medische Registratie, door het Centraal Bureau voor de Statistiek geschikt gemaakt voor onderzoek. 

Meer ouderen in het ziekenhuis
Allereerst bleek dat steeds meer ouderen in het ziekenhuis opgenomen werden: eind jaren’90 werd de helft van alle geïnterviewde mensen van 78 tot 88 jaar een of meer keren opgenomen binnen drie jaar (50,2%); eind jaren 2000 werden zes van de tien ouderen in zo’n zelfde tijdsbestek een of meer keren opgenomen (61,2%).

Onveranderd risico op mobiliteitsverlies
Het verschil in afname in mobiliteit werd onderzocht voor ouderen met een korte ziekenhuisopname (1-5 dagen) eind jaren ‘90 en eind jaren 2000. In die vergelijking werd rekening gehouden met de mensen met een opnameduur van 6 dagen en langer en met verschillen tussen de twee groepen aan het begin van de periodes. Het bleek dat ouderen met een korte ziekenhuisopname eind jaren ‘90 dezelfde kans hadden om blijvend achteruit te gaan in hun mobiliteit als ouderen die aan het eind van de jaren 2000 kort in het ziekenhuis opgenomen werden. Dit resultaat gaat dus in tegen de verwachting dat ouderen in Nederland vaker mobiliteitsverlies ervaren als gevolg van die steeds korter wordende ziekenhuisopnamen.

Minder snel overlijden
Een bijkomend resultaat  is dat ouderen die eind jaren 2000 kort in het ziekenhuis opgenomen werden minder vaak stierven binnen die onderzoeksperiode van drie jaar, vergeleken bij de ouderen die eind jaren ‘90 kort opgenomen werden. Overleed eind jaren negentig nog een op de vijf ouderen gedurende de onderzoeksperiode van drie jaar (20,8%), aan het eind van de jaren 2000 stierf een op de zes ouderen in de onderzoeksperiode van drie jaar (16,4%).
Tenslotte bleek ook dat de opgenomen LASA-respondenten in beide periodes iets gezonder waren dan de opgenomen Nederlanders van dezelfde leeftijd. Omdat dit verschil in beide periodes zat, zal dit de vergelijking waarschijnlijk niet gehinderd hebben.

Lees hier meer over het onderzoek.

Referentie:
Majogé van Vliet, Martijn Huisman, Dorly J.H. Deeg (2017). Decreasing Hospital Length of Stay: Effects on Daily Functioning in Older Adults.Journal of the American Geriatrics Society, 65(6):1214-1221.

Terug naar de Weetjes

 

Meer weten over de LASA-weetjes waaier? Download de PDF hier of vraag deze gratis aan via lasa@vumc.nl (zolang de voorraad strekt).