
Verschenen artikelen en proefschriften
De artikelen zijn online te raadplegen.
De proefschriften kunt u aanvragen via Noelle Sant
November 2011
Artikel verschijnt binnenkort
Hoe oudere mensen zelf denken eenzaamheid te kunnen bestrijden
We onderscheiden twee manieren om eenzaamheid te bestrijden: een actieve manier, bijvoorbeeld naar plaatsen gaan om mensen te ontmoeten, en een cognitieve manier, bijvoorbeeld je eigen eenzaamheidsproblematiek met die van anderen vergelijken. Het voordeel van de actieve manier is dat zo ook de achterliggende oorzaak – een tekort in (kwaliteit van) relaties – bestreden wordt. De oudere mensen die deelnamen aan dit onderzoek opperden vaak beide manieren voor leeftijdsgenoten die zich eenzaam voelen. Echter, voor oudere mensen die meer risico lopen op eenzaamheid, omdat ze ouder of ongezond zijn, werden actieve manieren minder vaak en cognitieve manieren vaker genoemd. De ondervraagde ouderen die vanwege een laag zelfbeeld, weinig regie over het leven, een lage opleiding of een kort arbeidsverleden zelf meer risico lopen op eenzaamheid, stelden ook minder vaak actieve en vaker cognitieve manieren voor. We concluderen dat een ‘actieve’ aanpak van eenzaamheid minder vaak als mogelijkheid wordt gezien voor en door mensen die hier het meest van zouden kunnen profiteren. Dit benadrukt hoe moeilijk het is om eenzaamheid te bestrijden. (voor meer informatie kunt u zich wenden tot Eric Schoenmakers)
Overgewicht op oudere leeftijd, criteria en consequenties (proefschrift)
Noor Heim is gepromoveerd op 4 november 2011
Uit het promotieonderzoek van Noor Heim blijkt dat ouderen met een grotere middelomtrek vaker te maken hebben met pijn, mobiliteitsproblemen, artrose, incontinentie, hart- en vaatziekten en diabetes. Bovendien hebben ouderen die al lang overgewicht hebben een groter risico op fysieke beperkingen dan ouderen die pas op latere leeftijd overgewicht hebben ontwikkeld.
Doordat het aantal ouderen stijgt en ook het percentage ouderen met overgewicht toeneemt, neemt het absolute aantal ouderen met overgewicht de laatste decennia explosief toe. Meestal wordt op basis van BMI en/of de middelomtrek vastgesteld of iemand overgewicht of obesitas heeft. Er zijn afkappunten vastgesteld waarboven het gewicht of de buikomvang van volwassenen ongezond hoog is. Het onderzoek van Heim richt zich speciaal op ouderen omdat het lichaam verandert met het ouder worden en er bovendien andere gezondheidsproblemen spelen dan bij volwassenen. Zij maakte voor het onderzoek gebruik van gegevens over gezondheid en functioneren die bij grote groepen ouderen boven de 70 jaar door middel van interviews zijn verzameld.
Verder ontdekte Heim dat de genoemde gezondheidsproblemen weliswaar steeds vaker voorkomen naarmate de buikomvang toeneemt, maar dat de grenzen zoals die voor volwassenen gelden mogelijk te strikt zijn voor oudere vrouwen. Een verhoging van het afkappunt voor de middelomtrek van 88 naar 99 cm bij oudere vrouwen leidt tot een betere inschatting van de gezondheidsrisico’s. Bij de mannen is het niet nodig een hoger afkappunt in te stellen. Vervolgonderzoek zal zich in de toekomst moeten richten op de bruikbaarheid van het nieuwe afkappunt voor de middelomtrek om oudere vrouwen te identificeren die baat kunnen hebben bij gewichtsverlies.
September 2011
Een slechter gehoor leidt meer eenzaamheid, maar niet bij alle ouderen
Slechthorendheid is onder ouderen één van de meest voorkomende chronische aandoeningen. Het is bekend dat een slechter gehoor behoorlijk negatieve gevolgen kan hebben op de dagelijkse communicatie en het sociale leven van ouderen. In het huidige onderzoek is bekeken of een slechter gehoor ook tot gevoelens van eenzaamheid en depressie leidt. Dit bleek voor eenzaamheid het geval: hoe slechter men hoorde, des te eenzamer men werd. Echter, dit ging niet voor iedereen op. De resultaten lieten namelijk zien dat alleen mannen, ouderen zonder andere ziekten en ouderen die geen hoortoestellen gebruikten eenzamer werden door hun slechtere gehoor. Nu we deze groepen kunnen onderscheiden zouden hulpverleners in de toekomst juist deze groepen hulp kunnen bieden. Hierbij lijkt een belangrijke rol weggelegd voor hoortoestellen
Lees het volledige artikel (engels)
Marieke Pronk
Het delen van de zorg voor oude ouders (proefschrift)
Natalia Tolkacheva is gepromoveerd op 19 september 2011
Naast de partners van oudere mensen zijn hun volwassen kinderen de voornaamste bron van zorgverlening. Dat kinderen de zorg voor hun ouders met anderen (kunnen) delen staat centraal in het onderzoek van Natasha Tolkacheva. Zij toont de complexiteit en diversiteit van het proces van zorgverlening. Bovendien laat zij zien dat individuele zorgverlening en zorgbelasting wordt beïnvloed door andere potentiële en bestaande zorgverleners.Verschillen tussen mannen en vrouwen in steun aan een ouder zijn aan het veranderen.
Ten eerste toont Tolkacheva aan dat kinderen solidair met elkaar zijn in hun zorgverlening. Hoe meer zorg de broers en zussen geven, des te meer zorg een individueel kind zelf ook geeft. Daarnaast lijken kinderen elkaar vooral te compenseren wanneer sommige van hun broers en zussen minder zorg zouden kunnen of willen geven.
Ten tweede lijkt het dat in families met grote overeenkomstigheid in kenmerken van kinderen de zorgparticipatie van kinderen groter is en kinderen de zorg meer gelijk verdelen.
Ten derde laat Tolkacheva het belang van genderrolopvattingen in zorg zien. In 1988 gaven dochters hun ouders meer steun dan zonen. Genderrolopvattingen van zonen en dochters spelen daarbij een grote rol. In 2000 blijken zonen en dochters echter niet meer verschillend van elkaar wat betreft hun steun aan hun ouder. Tolkacheva’s resultaten lijken erop te wijzen dat verschillen tussen mannen en vrouwen in steun aan een ouder aan het veranderen zijn.
Ten vierde is de belasting lager als men de zorg deelt met meerdere mensen en als meer taken onderling worden verdeeld. Dit effect wordt echter niet veroorzaakt doordat men dan minder uren zorgt, maar mogelijk omdat men dan meer betrokkenheid ervaart. Een kind ervaart ook minder belasting als de zorg langer gedeeld wordt. Onenigheden binnen het zorgnetwerk vergroten de kans op ervaren zorgbelasting.
30 Juni 2011
De ervaren gezondheid na het pensioneren: wat doet de leeftijd ertoe?
Tussen 1992 en 2009 gingen de meeste Nederlanders rond hun 60ste met pensioen. Uit dit onderzoek blijkt dat personen die pensioneerden rond deze leeftijd (59-60) een betere ervaren gezondheid hadden vergeleken met personen die hadden doorgewerkt. Daarentegen rapporteerden personen die op eerdere (55-58) of op latere leeftijd (61-65) met pensioen gingen een slechtere ervaren gezondheid vergeleken met personen die doorwerkten op die leeftijd. Deze leeftijdsgroepen ontvingen meestal een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Waarschijnlijk liet de gezondheid van deze ouderen het niet toe om door te werken, wat de slechtere ervaren gezondheid zou verklaren. De personen die rond de 59-60 jaar pensioneren zijn mogelijk een interessante doelgroep wanneer men de oudere beroepsbevolking wil stimuleren om door te werken.
Lees het volledige artikel (engels)
Kelly Rijs
Maart 2011
Eerste chronische ziekte heeft grootste impact op de ervaren gezondheid
Oudere mensen die hun gezondheid zelf als matig of slecht ervaren, hebben een grotere kans om later ook een daadwerkelijk slechtere gezondheid te hebben. Dit maakt dat de ervaren gezondheid, een relatief eenvoudig meetinstrument (‘Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?’), vaak gebruikt wordt in wetenschappelijk onderzoek. De resultaten in dit onderzoek laten zien dat niet alleen de eerste, maar ook de tweede, derde en eventueel vierde chronische ziekte (‘multimorbiditeit’) bij 57-98 jarigen leiden tot een slechtere ervaren gezondheid. Echter, de eerste ziekte heeft een grotere impact dan volgende ziekten. Mogelijk is er overlap in de symptomatologie van verschillende ziekten, of vindt aanpassing aan de verslechterde gezondheid plaats.
Lees het volledige artikel (engels)
Henrike Galenkamp
Cognitieve achteruitgang op latere leeftijd: biologische voorspellers en vroege herkenning van personen met een verhoogd risico op dementie (proefschrift)
Tessa van den Kommer is gepromoveerd op 7 januari 2011
Vroege herkenning en diagnose van dementie is van belang om vroegtijdig risicofactoren (zoals vaatlijden) aan te pakken en te starten met medicijnen en psychosociale ondersteuning. Voor de huisarts is het echter niet gemakkelijk om dementie tijdig te herkennen. Tessa van den Kommer heeft in haar promotieonderzoek twee beslismodellen ontwikkeld voor vroege opsporing van mensen met een verhoogd risico op dementie in de huisartsenpraktijk. Zij deed dit met behulp van gegevens van twee grote bevolkingsstudies, de Nederlandse LASA en Zweedse OCTO-Twin studie. Zij vond dat mensen ouder dan 75, met geheugenklachten, lage opleiding en verminderde score op een test die algemeen cognitief functioneren (MMSE) meet, het hoogste risico liepen op dementie. Ook mensen ouder dan 75, met laag cholesterol en verminderde MMSE score liepen een verhoogd risico.
Daarbij onderzocht Van den Kommer de rol van verschillende biologische voorspellers bij cognitieve achteruitgang. Een laag gehalte cholesterol, HDL- en LDL-cholesterol, hingen samen met slechter cognitief functioneren gemeten over zes jaar. Daarbij bleek een laag cholesterol bij mensen die drager zijn van ApoE e4, een bekende genetische risicofactor voor dementie, voorspellend voor een snellere achteruitgang in informatieverwerkingssnelheid. Bij mensen zonder dit gen was een hogere aanmaak van cholesterol in verhouding tot absorptie voorspellend voor een tragere informatieverwerking. Verder was een hoge concentratie homocysteïne, indicatief voor weinig vitamine B, voorspellend voor slechter cognitief functioneren en een snellere achteruitgang. Tenslotte versterkte een hogere concentratie van ontstekingsfactoren het negatieve effect van laag LDL-cholesterol, een hoog vetgehalte (triglyceriden), en soms ook van hoog homocysteïne op cognitie.